Deel 1

Dit gedeelte van de toets gaat over
het volgende vaatje met stof(fen):

P

Hoeveel molecuulsoorten zie je?

1 2 3 4 7 >7

 

 

 

Hoeveel stoffen zijn er?

0 1 2 3 4 7

 

 

 

 

Hoeveel moleculen zijn er?

0 1 2 3 4 7 8 10

 

 

 

Hoeveel atoomsoorten zijn er?

0 1 2 3 4 18

 

 

 

Hoeveel atomen zijn er?

0 2 3 4 7 8 10 11 18 19

 

 

 

Hoeveel soorten onontleedbare stoffen zijn er?

0 1 2 3 4 7 18

 

 

 

 

 

Hoeveel soorten verbindingen zijn er?

0 1 2 3 4 7

 

 

 

 

Is het een mengsel?

Ja Nee

 

 

 

Hier zie je de diagnostische stoffen en deeltjestoets, maar nu in digitale vorm.

Je kunt de vragen onder het plaatje links bestuderen. Klik vervolgens op het antwoord onder de vraag.

Als het antwoord fout is, dan wordt kort uitgelegd waarom het fout is en kun je je antwoord verbeteren.

Het is dus bedoeld om van te leren. Na afloop van de toets weet je als het goed is alles over atomen, moleculen, stoffen, onontleedbare stoffen, elementen en verbindingen.

Succes.

 

 

 

 

 

 


 

 

 

Dit antwoord is goed! Door naar de volgende vraag.

 

Verder

 



 


 Er zijn moleculen, die opgebouwd zijn uit verschillende atoomsoorten. Dat zijn moleculen van verbindingen. Er zijn ook moleculen die zijn opgebouwd uit dezelfde atoomsoort. Je hebt dan te maken met een molecuul van een onontleedbare stof oftewel een element. In het plaatje had je dus te maken met twee molecuulsoorten, nl.
H2O en .

 

 


 

 Je hebt waarschijnlijk moleculen geteld en wel alleen die moleculen die uit dezelfde atoomsoort bestaan. Dit zijn moleculen van onontleedbare stoffen. Ze worden ook wel elementen genoemd.

Je moet echter bedenken dat er ook moleculen zijn die zijn opgebouwd uit verschillende atoomsoorten.
Je hebt dan te maken met moleculen van verbindingen.

Er zijn in het plaatje twee molecuulsoorten getekend,
namelijk H2O en .


 

Je hebt waarschijnlijk moleculen geteld en wel diegene die uit verschillende atoomsoorten bestaan. Maar het ging om het aantal molecuulsoorten.

Ieder molecuul dat op een bepaalde manier is opgebouwd is één molecuulsoort. En dit komt dus overeen met één stof. Er zijn in het plaatje twee molecuulsoorten, namelijk

H2O en
molecuul van een verbinding molecuul van een onontleedbare stof. Dit heet ook element.


 

 

 

Je hebt waarschijnlijk het totale aantal moleculen geteld, niet het aantal soorten.

Kijk nog eens naar het plaatje.

Wat is nu je antwoord?

 

 

 


 

Veel te veel! Waarschijnlijk ben je nu atomen gaan tellen!

Dit molecuul wordt gevormd uit 3 atomen. Het is een molecuul van een verbinding. In het molecuul zijn twee verschillende atoomsoorten aanwezig.

Dit molecuul bestaat uit twee dezelfde atomen. Dit molecuul is een onontleedbare stof.
Het ging echter om soorten moleculen, dat zijn er slechts 2, namelijk de twee moleculen die hierboven getekend zijn.

 

 

In het molecuulmodel gaan we ervan uit dat stoffen uit moleculen bestaan.

Iedere stof heeft zijn eigen molecuulsoort. In dit plaatje zie je twee molecuulsoorten, dus het gaat hier ook om twee stoffen!

Je kunt stoffen pas waarnemen (ruiken, voelen, zien enzovoorts) als er triljarden en triljarden moleculen van die stoffen zijn. Maar zoveel kunnen wij er natuurlijk niet tekenen.

 

 


 

 

 

Iedere stof heeft zijn eigen molecuulsoort.

Er zijn twee molecuulsoorten, dus ook twee stoffen!

 

 

 


 

 

 

 

Goed! Door naar de volgende vraag.

verder

 



 


 

Waarschijnlijk heb je alleen geteld? Daarvan zijn er drie. Maar deze drie moleculen vormen slechts één stof.

Iedere stof heeft immers zijn eigen molecuulsoort.
In het plaatje zie je ook nog een andere molecuulsoort,
namelijk . Dit is óók een molecuulsoort.

Er zijn twee molecuulsoorten en dus ook twee stoffen.

 


 

Waarschijnlijk heb je geteld?
Daarvan zijn er vier, maar het is slechts één stof.
Iedere stof heeft immers zijn eigen molecuulsoort.

is óók een molecuulsoort.

Er zijn twee molecuulsoorten en dus ook twee stoffen.

 


 

 

 

Er zijn zeven moleculen getekend, maar slechts twee molecuulsoorten (zie ook hier).

Iedere stof heeft zijn eigen molecuulsoort.

Dus we hebben hier met twee stoffen te maken.

 

 


 

 

We weten niet welke fout je hier hebt gemaakt.

Misschien kun je dit aan je docent uitleggen, zodat die je kan vertellen waarom jouw redenering fout was.

Maar misschien heb je het door de vorige vragen al begrepen wat je fout hebt gedaan.

Je kunt ook nog even terug gaan naar de vorige vraag, zodat je je kennis kan opfrissen.

 

 


 

Het antwoord "1" kan op twee manieren verkegen zijn.

Je hebt als antwoord gegeven dat of
een molecuulsoort is, maar dat is niet juist.

Kijk anders nog even hier.

In deze vraag is echter gevraagd naar het totale aantal moleculen.

 

 


 

Het antwoord "2" kan op twee manieren worden verkregen.

Heb je misschien het aantal molecuulsoorten geteld?
Dat zijn er twee.

Het kan ook zijn dat je het aantal atoomsoorten hebt geteld. en zijn er ook twee.

Maar hier moest je echter het totale aantal moleculen tellen.

Probeer het nog eens!

 


 

 

 

Heb je soms alleen de moleculen geteld
die uit dezelfde atomen bestaan?

De bouwwerkjes die uit verschillende atomen zijn opgebouwd, zijn óók moleculen.

Totaal zijn er dus zeven moleculen getekend!

 




 

Heb je soms alleen de moleculen geteld die uit verschillende atomen bestaan?

De bouwwerkjes die zijn opgebouwd uit dezelfde atomen zijn óók moleculen.

Totaal zijn er dus zeven moleculen getekend.
is een molecuul, maar is er óók een!

 




 

 

 

 

Goed gedaan! Door naar de volgende vraag.

verder

 



 


 

Je hebt zeker alleen geteld?

Dat zijn atomen van één bepaalde soort.

 

Een molecuul is opgebouwd uit meer dan één atoom.

 

Probeer eens het aantal moleculen te tellen?

 

 


 

Heb je gedacht dat een atoom is en een molecuul, omdat dit laatste deeltje groter is?
is echter óók een atoom.
Atomen zijn niet allemaal even groot.

We spreken pas van een molecuul als twee of meer atomen aan elkaar vast zitten en zodoende een "bouwwerkje" vormen.
Er zijn dus in totaal zeven moleculen getekend, namelijk
drie en vier .


 

Misschien heb je 0 ingevuld omdat je naar losse atomen hebt gezocht.

Atomen die onderling verbonden zijn en een molecuul hebben gevormd, zijn óók atomen.

Ter vergelijking: als je een muurtje hebt gemetseld met stenen, dan zijn de stenen nog steeds aanwezig in het muurtje.

De atomen zijn ook nog steeds aanwezig in de verbindingen. Er zijn dus twee atoomsoorten aanwezig,
namelijk en .

 


 

Misschien heb je alleen voor een atoom aangezien?

is echter ook een atoom.

Je weet uit de inleiding, dat bijvoorbeeld een waterstofatoom kan voorstellen en bijvoorbeeld een zuurstofatoom.

Er zijn dus twee atoomsoorten, in totaal achttien atomen.

 


 

 

 

 

Je antwoord is goed! Ga door naar de volgende vraag.

verder

 



 


De -deeltjes in en

stellen allemaal dezelfde atoomsoort voor,
ook al zijn ze op verschillende manieren gebonden.

 

Er zijn dus twee atoomsoorten, namelijk en .

 


 

 

 

Je hebt alle atomen geteld, niet de atoomsoorten.

Er zijn slechts twee soorten, namelijk en .



 

 


 

Misschien heb je het aantal atoomsoorten geteld?


Er zijn inderdaad twee atoomsoorten, namelijk

maar totaal zijn er hiervan 10
en totaal zijn er hier 8 van
totaal 18 atomen

 

 


 

 

Niet alleen de deeltjes in zijn atomen.

Ook de deeltjes in .

 

Totaal zijn er achttien atomen.

 


 

Misschien heb je gedacht dat in één atoom aanwezig is, en wel .

De deeltjes voorgesteld door zijn echter óók atomen.

Evenals de twee deeltjes uit het molecuul .
Totaal dus achttien atomen.

 


 

 

Het totale aantal moleculen is zeven.

Je moet atomen niet met moleculen verwarren.

Atomen zijn de bouwsteentjes van de moleculen.

Er zijn dus achttien atomen in het plaatje,
die samen zeven moleculen opbouwen.

 

 


 

 

 

 

 

Je hebt toch niet vergeten?

Die acht atomen doen ook mee!

 

 


 

 

 

 

Tel nog eens nauwkeurig na.

Waarschijnlijk heb je je vergist.

 

 

 


 

 

 

 

Dit is helemaal goed.

 

Ga verder met de volgende vraag.



 


 

In de scheikunde bestaan onontleedbare stoffen, ook wel elementen genoemd.

Deze stoffen kunnen niet gesplitst worden in twee of meer andere stoffen. Onontleedbare stoffen zijn daarom opgebouwd uit dezelfde atoomsoort.

Bijvoorbeeld is één molecuul van een onontleedbare stof.

Uit deze molecuulsoort kan men immers nooit twee of meer andere stoffen maken.



 

Voorbeelden van onontleedbare stoffen zijn ijzer, zuurstof, koolstof. Onontleedbare stoffen kunnen bestaan uit losse atomen, maar ook uit moleculen. Ze worden ook wel elementen genoemd. Zuurstof komt vrijwel nooit atomair voor,
dus als . Het molecuul zuurstof is opgebouwd uit twee atomen zuurstof.

Triljarden en triljarden van deze zuurstofmoleculen vormen het gas zuurstof, dat wil zeggen, een stof die bijvoorbeeld een gloeiende spaander doet opvlammen. in het hokje bevindt zich dus één onontleedbare stof. Er zijn drie moleculen van deze onontleedbare stof getekend. Kijk ook nog even hier.


 

 

 



Dit is het goede antwoord.

Ga verder met de volgende vraag.

 

 

 


 

Er zijn twee atoomsoorten, namelijk en .

Een enkel atoom is echter nog geen onontleedbare stof. Onontleedbare stoffen zijn stoffen en worden ook wel elementen genoemd. Je merkt pas iets van zo'n stof als je een groot aantal moleculen van die stof hebt.
is één molecuul van een onontleedbare stof, omdat hij uit atomen van dezelfde soort is opgebouwd.

Er zijn drie moleculen van deze onontleedbare stof getekend, maar het blijft één onontleedbare stof.
Kijk eventueel ook nog even hier.


 

Er zijn drie moleculen van één onontleedbare stof getekend, dus één element.

Of je nu drie moleculen of triljarden van deze moleculen hebt, het blijft slechts één onontleedbare stof.

Verwar stoffen niet met moleculen: één enkel molecuul maakt nog geen stof, daarvoor heb je er meer nodig.

Kijk eventueel ook nog even hier.





 

Je zit er nu wel ver naast. Er zijn vier moleculen van verbindingen . De moleculen van de onontleedbare stof is dus één van slechts één atoomsoort. Ze worden ook wel element genoemd.

Verwar dus niet stoffen met moleculen waaruit deze stoffen bestaan.

Kijk eventueel ook nog even hier.

 


 

 

Als je dit goed hebt begrepen, zul je inzien, dat er slechts één onontleedbare stof voorkomt. Dit heet ook wel element.

Dit is het twee-atomige molecuul dat wordt voorgesteld door .

 

Jij hebt misschien het wordt onontleedbare stof verward met molecuul.

 


 

Je hebt alle atomen geteld. In de scheikunde verstaat men onder onontleedbare stof: stoffen die niet in twee of meer verschillende stoffen kunnen worden gesplitst. Een andere naam hiervoor is element.

Deze stoffen bestaan uit moleculen van één en dezelfde soort.

In de tekening is dus één molecuul van één atoomsoort. Er zijn drie van deze moleculen getekend, maar het blijft dus één onontleedbare stof.

Verwar onontleedbare stoffen dus niet met atomen of moleculen!


 

Misschien heb je gedacht, dat de stof zuiver moet zijn. In de tekening zit namelijk een mengsel. Dit mengsel bestaat uit één onontleedbare stof en één verbinding.

De moleculen van die verbinding zien er als volgt uit:

Een verbinding is een stof die ontleed kan worden. Dus de moleculen van een verbinding bestaan uit verschillende atoomsoorten.

 


 

 

 

Goed, verbindingen hebben voor jou geen geheimen meer.
Door naar de volgende vraag.

 

 

 


 

 

Verbindingen zijn stoffen die ontleed kunnen worden. Men neemt daarom aan dat hun moleculen uit verschillende atoomsoorten bestaan. Heel veel (triljarden!!!) van deze moleculen samen vormen de stof.
Er is hier slechts één molecuulsoort, die uit verschillende atomen bestaat, namelijk . Er is dus ook sprake van slechts één verbinding.
is een molecuulsoort van een onontleedbare stof, een zogenaamd element, omdat hier twee dezelfde atomen met elkaar verbonden zijn.


 

Er zijn twee mogelijkheden om tot drie te komen, namelijk:


 

 

Je hebt de moleculen van de verbinding geteld.

Moleculen zijn echter geen stoffen, maar bouwstenen van stoffen.

De vier moleculen die je geteld hebt, zijn onderling gelijk, dus zij zijn de bouwstenen van slechts één stof, namelijk een verbinding. Je merkt meestal pas iets van deze verbinding als je triljarden van de moleculen hebt.

 


 

 

 

Je hebt alle moleculen geteld. Om te beginnen zijn geen moleculen van een verbinding, maar van een onontleedbare stof. Dit is een element.

Er blijven dus over. Dit zijn moleculen van een verbinding, omdat zij verschillende atoomsoorten bevatten.
Kijk ook nog even hier naar.


 

 

 

Dat was het goede antwoord.

Prima.

Je hebt nu een heel onderdeel doorgewerkt. Als je hierin fouten hebt gemaakt, kun je deze pagina nog eens overnieuw doen. Misschien dat je de rest dan foutloos kan.

Door naar het volgende onderdeel!!

 

 


 

 

 

Er zijn twee molecuulsoorten getekend.

Dat betekent dus twee stoffen!

Als men twee of meer stoffen door elkaar heeft gemengd, dan spreken we van een mengsel.

 

 


 

Stoffen en deeltjes toets

Mogelijke oorzaken van fouten

door naar deel 2

gedaannog te doen